zaterdag in week 7 door het jaar
In een tijd waarin autonomie centraal staat, herinnert Jezus ons aan het belang van vertrouwen en overgave. De lezingen van vandaag tonen ons enerzijds hoe God de mens uitrustte met bijzondere gaven, en anderzijds hoe belangrijk het is om juist als kinderen op Hem te vertrouwen. In die houding van afhankelijkheid ontdekken we onze diepste vrijheid.
Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 17, 1-15
Vandaag bezingt Jezus Sirach de grootsheid van Gods schepping van de mens, die begiftigd is met zintuigen, verstand en het woord om de wereld te begrijpen en te besturen. Tegelijk benadrukt hij dat de mens geroepen is tot grote verantwoordelijkheid om dit alles met wijsheid te beheren en in eerbied voor Gods geboden te leven.
De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen en doet hem naar haar terugkeren. Hij schonk de mensen een afgemeten aantal dagen, maar ook macht over alles wat er op de aarde is. Hij heeft hen toegerust met zijn eigen kracht en hen naar zijn eigen beeld gemaakt. Alles wat leeft heeft Hij ontzag voor de mens gegeven, opdat deze zou heersen over dieren en vogels.
Hij kreeg van de Heer vijf zintuigen, als zesde ontving hij van Hem het verstand, als zevende het woord, vertolker van de zintuigen. Denkvermogen, een tong, ogen, oren en een hart gaf Hij hem om begrip te verwerven.
Hij deelde hem rijkelijk kennis en inzicht toe en toonde hem het goede en het kwade.
In zijn hart heeft Hij ontzag voor hem gelegd, opdat de mens zijn grote daden kon zien en zich door de eeuwen heen op zijn wonderdaden kon beroemen, zijn heilige naam zou prijzen en zijn grote daden zou verkondigen.
Hij schonk hun kennis en gaf de wet die leven geeft, opdat ze zouden beseffen dat zij nu leven, maar wel sterfelijk zijn.
Hij heeft met hen een eeuwig verbond gesloten en hun zijn voorschriften gegeven.
Zij zagen zijn grote luister en hoorden de macht van zijn stem. Hij zei tegen hen: ‘Hoed je voor alle onrecht,’ en gaf hun regels voor de omgang met andere mensen.
Hun daden zijn Hem volledig bekend, ze blijven niet voor zijn ogen verborgen.
Tussenzang: Psalm 103, 13-18a
Refr.: De Heer is trouw aan wie Hem vrezen, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,
zo ontfermt zich de Heer over wie Hem vrezen.
Want Hij weet waarvan wij gemaakt zijn,
Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.
De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.
Maar de Heer is trouw aan wie Hem vrezen,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen
van wie zich houdt aan zijn verbond.
Vers voor het evangelie (Ps 19, 9b)
Alleluia.
Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.
Alleluia.
Uit het evangelie volgens Marcus 10, 13-16
We zien hoe Jezus kinderen met open armen ontvangt en hen als voorbeeld stelt voor iedereen die deel wil uitmaken van Gods koninkrijk.
De mensen probeerden kinderen bij Jezus te brengen om ze door Hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond Hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij Me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, zal er zeker niet binnengaan.’
Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.
De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.