vrijdag na aswoensdag
God roept ons vandaag op om onze aandacht te richten op waar het bij vasten werkelijk om gaat: het verbinden van ons hart met Hem én met onze medemens. Jesaja maakt duidelijk dat vasten meer is dan uiterlijke onthouding; het vraagt een daadwerkelijke inzet voor gerechtigheid en barmhartigheid. Jezus voegt hieraan toe dat echt vasten voortkomt uit het verlangen naar zijn aanwezigheid, een verlangen dat ons dichter bij Hem én bij elkaar brengt. Beide lezingen wijzen ons erop dat de kern van ons geloof altijd relatie is: een diepe verbondenheid met God, om vanuit Hem elkaar lief te hebben. Zo wordt vasten niet alleen een ritueel, maar een levende uitdrukking van Gods liefde voor de mens.
Uit de profeet Jesaja 58, 1-9a
Jesaja verwoordt Gods oproep om te stoppen met hypocriet vasten, dat gekenmerkt wordt door ruzie en geweld, en in plaats daarvan het vasten te kiezen dat God werkelijk verlangt: gerechtigheid, barmhartigheid en zorg voor de medemens.
Zo spreekt God de Heer:
‘Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden. Zeker, ze zoeken Mij dag aan dag, vol verlangen om mijn wegen te kennen, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid.
‘Waarom ziet U niet dat wij vasten, en merkt U niet op dat wij ons onthouden?’ Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en er gewelddadig op los slaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de Heer behaagt?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt is, je bekommeren om je medemensen?
Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult spoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede.
Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: ‘Hier ben Ik.’
Tussenzang: Ps 51, 3-6a + 18-19
Refr.: Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.
Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, wis mijn wandaden uit,
was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.
Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.
U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.
Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart
zult U, God, niet verachten.
Vers voor het evangelie (Ps 130, 5 + 7)
Ik zie uit naar de Heer,
en verlang naar zijn woord.
Bij de Heer is genade,
bij Hem is bevrijding, altijd weer.
Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-15
Jezus antwoordt dat zijn leerlingen niet vasten zolang Hij bij hen is, maar dat zij dit later zullen doen als Hij er niet meer is.
De leerlingen van Johannes kwamen bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.
Van Woord naar leven
MIJN LICHAAM VOOR U GEGEVEN
(Bij Jes 58, 6-7 en Mt 9, 14-15)
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt is, je bekommeren om je medemensen?
In geen mis te verstane woorden spreekt Jesaja over het vasten waar het voor God om te doen is, namelijk: je bekommeren om je medemens. Da’s heldere taal. Heel vaak denken wij – wanneer we over vasten spreken – aan een wijze van leven waar we gedurende een bepaalde tijd een zekere soberheid aan de dag leggen, of onze eetgewoonten aanpassen, of meer en intenser gaan bidden, … Dingen die in wezen goed zijn. Jesaja ontkent dit ook niet. Ze zijn bijzonder heilzaam wat betreft onze relatie met God én medemens. Maar in wezen gaat het bij vasten om een verandering van het hart, een be-kering zeg maar. Namelijk een (nieuw) leven gaan leiden gericht op de liefde. En dan kom je automatisch bij de medemens. En vooral die medemens die – onder welke vorm ook – zorg vraagt. En in zekere zin – zo mogen we stellen – zijn we dat allemaal.
Ook Jezus geeft ons vandaag een belangrijke nuance over het vasten mee. Hij zegt daar dat zijn leerlingen niet vasten zolang Hij bij hen is, want ‘kunnen bruiloftsgasten soms treuren zolang de bruidegom bij hen is?’ Jezus brengt zo een essentiële dimensie naar voren: het vasten als een uitdrukking van gemis en verlangen naar zijn aanwezigheid. Als christenen vasten we niet alleen om onze solidariteit met de medemens te tonen, maar ook vanuit een diep verlangen naar de verbondenheid met Christus, vooral wanneer we Hem in ons leven minder ervaren. Vasten wordt zo een middel tot spirituele verdieping en authentieke nabijheid tot God.
Op het eerste gezicht lijkt het evangelie van vandaag tegengesteld aan de boodschap van Jesaja uit de eerste lezing. Jesaja roept immers op om het echte vasten te kiezen, namelijk daden van gerechtigheid en barmhartigheid, terwijl het evangelie juist het belang van het vasten als ritueel lijkt te onderstrepen. Toch zijn deze twee visies niet tegengesteld maar complementair. Waar Jesaja ons bewust maakt van het gevaar van louter uiterlijk vertoon zonder daadwerkelijke naastenliefde, benadrukt Jezus dat vasten, wanneer het oprecht is, ons dichter bij God brengt en ons helpt om vanuit zijn liefde te handelen naar onze medemens.
In een podcast met Roger Burggraeve hoorde ik een tijdje geleden dat heel het Bijbelboek in wezen een boek is dat gaat over – en uitnodigt tot – verbinding met God en medemens. God is een God van relatie, zowel binnen zijn Drie-ene liefde alsook naar de mens toe. Jezus is gekomen om met de mensheid in relatie te treden. En daar wij geroepen zijn Christus in ons te dragen en vanuit Hem te leven, zijn wij dus geroepen om met elkaar in relatie te treden. Het vasten wordt hierdoor geen geïsoleerd ritueel, maar krijgt zijn betekenis vanuit onze relatie met Christus, die ons inspireert tot barmhartigheid en rechtvaardigheid, precies zoals Jesaja beschrijft.
Burggraeve verwees naar de eucharistie waar Jezus zegt: ‘Dit is mijn lichaam voor u gegeven’. Wanneer wij de communie nuttigen, mogen wij – in eenheid met Christus – dus ook zeggen tot elkaar en tot ieder medemens: ‘Dit is mijn lichaam voor u gegeven’. Relatie dus. Er zijn voor de ander. Wie hier niet aan voldoet, doet eigenlijk afbreuk aan zijn mens-zijn. Want de mens is geroepen in verbinding te treden met de medemens. Geen cocooning in jezelf met heilige boekjes en mooie gebeden. Nee, gebed, om vanuit je godsontmoeting in relatie te treden met de medemens. Het evangelie helpt ons beseffen dat ook het vasten in deze dynamiek thuishoort: niet enkel uiterlijk vertoon of strikt persoonlijke devotie, maar oprechte verbondenheid met Christus en vanuit Hem met de mensen rondom ons.
De Bijbel leert ons dat God een bijzondere liefde had en heeft voor de armen en al wat broos is in deze wereld. Dat lezen we zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Jezus heeft er niet enkel vaak over gesproken maar Hij heeft het ook in de daad belichaamd. Als christenen, als Kerk, zouden we werkelijk aan de kant van de armen moeten staan. Ik denk dat we het méér moeten doen dan dat we het nu doen. De Kerk zou niet alléén een zeer mooie en krachtige getuigenis zijn van de goedheid van God, maar ze zou ook daadwerkelijk het Koninkrijk Gods aanwezig stellen, zowel onder de kerktoren alsook in de periferie van onze samenlevingen wereldwijd.
Laten we bidden
Heer Jezus,
moge de Heilige Geest ons aanwakkeren
innig naar U te verlangen.
Mogen wij vanuit onze verbondenheid met U
gerechtigheid en barmhartigheid doen.
Help ons U te herkennen in elkaar,
en geef ons de diepgang
om met ons leven te getuigen:
‘Dit is mijn lichaam, voor jou gegeven.’
In uw naam.
Amen.
Geliefde mensen, laat je verlangen naar Christus je diepste gebed zijn, en maak dit verlangen zichtbaar in barmhartigheid voor de ander.
Een toegewijde vrijdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Verlang je ernaar om vanuit je relatie met Christus barmhartigheid te tonen aan je medemens? Wat zou jou kunnen helpen om je verbondenheid met Christus verder te verdiepen en bewuster vanuit Hem te leven?
Laat dit verlangen je zoektocht en gids zijn naar een liefde die echt geworteld is in Christus, zoals het evangelie ons uitnodigt.
Blog ‘Van Woord naar leven’
Reageren of uitwisselen betreffende de lezingen of de overweging, kan via de blog ‘Van Woord naar leven’.
Om de kwaliteit van het gesprek te waarborgen worden de reacties geplaatst na moderatie.
De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.