maandag in week 8 door het jaar

De lezingen van vandaag nodigen ons uit stil te staan bij berouw als terugkeer naar Gods barmhartigheid. Bij Sirach lezen we dat God ons leidt vanuit onze duisternis naar zijn genezend licht. De ontmoeting tussen Jezus en de rijke jongeman in het evangelie toont hoe moeilijk het kan zijn om volledig te vertrouwen op Gods leiding en bezit los te laten. Toch hoeven we onze zwakheden en fouten niet te vrezen, want juist daarin wil God ons ontmoeten. Wanneer we eerlijk en nederig onze kwetsbaarheid erkennen, opent zich een weg naar diepere verbondenheid met Gods liefdevolle aanwezigheid. Zo worden onze tekortkomingen kansen om Gods grenzeloze barmhartigheid en vergeving te ervaren. De jongeman uit het evangelie kon zich er niet aan geven. Hij ging bedroefd heen …

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 17, 24-29

Wie berouw heeft geeft de Heer een nieuwe kans, wie de hoop verliest moedigt Hij aan. Keer terug naar de Heer, zondig niet langer, bid tot Hem, geef Hem zo min mogelijk aanstoot. Keer terug naar de Allerhoogste, keer je af van onrecht, want Hijzelf leidt je uit de duisternis naar het genezende licht. Haat alles wat gruwelijk is ten diepste.
Wie zal in het dodenrijk de Allerhoogste loven, zoals de levenden, die voor Hem een danklied zingen? Een dode vergaat, zijn dankzegging sterft, wie leeft en gezond is, prijst de Heer.
Hoe groot is de barmhartigheid van de Heer, hoe genadig is Hij voor wie naar Hem terugkeert.

Tussenzang: Psalm 32,  1-2 + 5-7

Refr.: Vind vreugde in de Heer, allen die Hem trouw zijn.

Gelukkig de mens wiens ontrouw wordt vergeven,
wiens zonden worden bedekt.
Gelukkig als de Heer zijn schuld niet telt,
als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

Toen beleed ik U mijn zonde,
ik dekte mijn schuld niet toe,
ik zei: ‘Ik beken de Heer mijn ontrouw’ –
en U vergaf mij mijn zonde, mijn schuld.

Laten uw getrouwen dus tot U bidden
als zij in zichzelf een zonde vinden.
Stormt dan een vloed van water aan,
die zal hen niet bereiken.

Bij U ben ik veilig,
U behoedt mij in de nood
en omringt mij met gejuich van bevrijding.

Vers voor het evangelie (Ps 25, 4c + 5a)

Alleluia.
Leer mij uw paden te gaan, Heer,
en wijs mij de weg van uw waarheid.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 17-27

Toen Jezus zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’
Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’
Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’
Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
De leerlingen schrokken van zijn woorden.
Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

Van Woord naar leven

VAN GEBROKENHEID NAAR VERBONDENHEID

In dit woordje – vanuit de eerste lezing van vandaag – laat ik me graag inspireren door inzichten van André Louf, trappistenmonnik en schrijver (1929-2010).

Sirach spreekt over het berouw als een terugkeer naar de Allerhoogste: ‘Hoe groot is de barmhartigheid van de Heer, hoe genadig is Hij voor wie naar Hem terugkeert.’

André Louf leert ons dat berouw geen prestatie is die wij uit eigen kracht leveren. Het is eerder een werking van de Heilige Geest, die diep verborgen leeft in ons hart. De Geest bidt al in ons, zelfs voordat wij ons ervan bewust zijn, benadrukt Louf. ‘De Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten’ (Rom 8, 26). Anders gezegd: de Heilige Geest maakt ons ontvankelijk voor Gods liefdevolle aanwezigheid. Hij brengt ons in staat van berouw. Niet door ons te beschuldigen of te veroordelen, maar door ons teder en tegelijk sterk te leiden naar een heilzaam besef van onze gebrokenheid en kwetsbaarheid.

God wacht, tot we ons – in de liefde van de Geest – openen vanuit het besef van ons gebrokenheid. Het is precies in die kwetsbaarheid dat God aanwezig komt met zijn barmhartigheid. Onze zonden en fouten worden, als we ze eerlijk en nederig voor God brengen, plaatsen van ontmoeting en vergeving. In die zin spreekt Louf van ‘gelukzalige schuld’ als een kans op diepere verbondenheid met Hem.

We hoeven onze zwakheid niet te vrezen, benadrukt Louf. Geen angst, geen verdringing; enkel een nederige erkenning ervan. Juist in het besef van onze zwakheid kan Gods kracht werkzaam worden. Laat God jouw redder en genezer zijn; probeer dit vooral niet zelf te doen. Zodra we ons hiervan gelovig bewust zijn, zullen we ervaren hoe de Geest ons van binnenuit vanuit onze duisternis leidt naar het genezende licht van Christus’ aanraking. Pas dan zullen we werkelijk beseffen hoe groot en onbegrensd Gods barmhartigheid is.

Het mooie van dit alles is dat dit in ons gebeurt. We hoeven daar uiterlijk niet veel voor te doen. We moeten ons wel naar binnen keren, en daar moeten we biddend tijd voor nemen. We moeten afdalen naar onze innerlijke mens, naar die diepte waar goed en kwaad met elkaar vermengd zijn. Het goede mag blijven, het kwade moet verdwijnen, zodat enkel het goede overblijft. Wel, God wacht tot we ons openen opdat Hij het kwaad – het gebrokene – in ons kan aanraken. Dit is puur genade. En ‘Aan Gods genade heb je genoeg’ ( vgl 2 Kor 12, 9).

Lieve mensen, laten we luisteren naar die zachte stem van de Geest die in ons hart fluistert. Laten we ons toevertrouwen aan zijn heilige gloed. Moge Hij ons leren dat Gods liefde ruimer is dan we ooit durfden dromen en dat iedere terugkeer naar God leidt tot nieuw leven. Laten we iedere dag opnieuw, met vertrouwen en vreugde, ons hart openen voor het wonder van Gods barmhartigheid.

Laten we bidden

Heer,
moge uw Geest ons bezielen.
Maak ons bewust van onze lauwheid,
onze kwetsbaarheid en gebrokenheid.
Open ons hart,
leer ons ons aan U toe te vertrouwen,
opdat wij mogen geraakt worden
door uw helende ontferming.
Kom, Heer Jezus, kom.
Amen.

Geliefde mensen, laten we ons als kinderen werpen in Gods oneindige barmhartigheid. Mogen we zo toegroeien naar de veertigdagentijd.
Met een genegen groet,
kris


Om mee op weg te gaan

Durf naar binnen te kijken. Wees niet bang om eerlijk stil te staan bij je eigen kwetsbaarheid, je fouten en je gebrokenheid. Integendeel, juist deze innerlijke blik opent een heilzame weg naar verdieping en groei als mens.
Probeer dit proces niet zelf te sturen of te forceren. Geef jezelf, in stilte en gebed, eenvoudig over aan de leiding van de Heilige Geest. Jezus verzekert ons immers dat Hij de Geest aan ons gegeven heeft als Trooster en Helper (Joh 14, 26).
Neem regelmatig de tijd om rustig naar binnen te keren in stil, innerlijk gebed. Echt waar, het is een weg die leidt naar heil en verbondenheid met Gods liefdevolle aanwezigheid.


Blog ‘Van Woord naar leven’

Reageren of uitwisselen betreffende de lezingen of de overweging, kan via de blog ‘Van Woord naar leven’.

Klik hier voor de blog.

Om de kwaliteit van het gesprek te waarborgen worden de reacties geplaatst na moderatie.

 

De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.