donderdag in week 7 door het jaar
Vandaag worden we uitgenodigd om stil te staan bij Gods barmhartigheid, maar ook bij onze eigen verantwoordelijkheid. Hoewel Gods liefde en vergeving onmetelijk zijn, mogen we dit niet als een vrijbrief beschouwen om het kwaad te relativeren of uit gemakzucht het goede na te laten. Beide lezingen waarschuwen ons vandaag voor de gevolgen van bewuste nalatigheid en roepen ons op tot een leven in waarheid en oprechtheid. Het geloof vraagt om een actief ‘ja’ tegen God, een keuze die zichtbaar wordt in onze daden en in de manier waarop we met elkaar omgaan. Laten we daarom met een waakzaam geweten en een open hart de weg van Christus bewandelen, in vertrouwen dat Hij ons leidt en sterkt.
Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 5, 1-8
Jezus Sirach waarschuwt tegen zelfoverschatting, zondige verlangens en uitstel van bekering, en benadrukt Gods rechtvaardigheid.
Verlaat je niet op je bezit, zeg niet: ‘Ik ben van niemand afhankelijk.’ Volg niet de weg van je eigen begeerte, geef niet toe aan je eigen verlangens.
Zeg niet: ‘Wie kan mij bevelen?’, want de Heer straft je zeker.
Zeg niet: ‘Ik heb gezondigd, maar is mij iets overkomen?’ De Heer neemt alle tijd.
Over verzoening moet je niet lichtvaardig denken, alsof je maar zonde op zonde kunt stapelen.
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’ Weet goed: Hij kent zowel ontferming als woede, en zondaars treft Hij met zijn toorn.
Wacht er niet mee terug te keren naar de Heer, stel het niet dag na dag uit.
De toorn van de Heer barst plotseling los, als Hij je straft word je volledig te gronde gericht.
Verlaat je niet op onrechtmatig verkregen bezit, het helpt je niets in tijden van tegenspoed.
Tussenzang: Psalm 1, 1-6
Refr.: Gelukkig de mens die vreugde vindt in de wet van de Heer.
Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.
Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Wettelozen houden niet stand
waar recht heerst,
zondaars niet in de kring
van de rechtvaardigen.
De Heer beschermt
de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.
Vers voor het evangelie (1 Joh 2, 5)
Alleluia.
In ieder die zich aan Gods woord houdt,
is zijn liefde tot volmaaktheid gekomen.
Alleluia.
Uit het evangelie volgens Marcus 9, 41-50
Jezus moedigt zijn volgelingen aan om goed te doen en waarschuwt voor alles wat hen van God kan afhouden. Hij vergelijkt geloof met zout dat zijn kracht moet behouden.
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden. Wie een van de geringe mensen die in Mij geloven ten val brengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd. Als je hand je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna gaan, naar het onblusbare vuur.
Als je voet je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. En als je oog je ten val brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.
Iedereen moet met vuur gezouten worden. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zul je het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’
Van Woord naar leven
GODS BARMHARTIGHEID … GEEN VRIJBRIEF VOOR DE MENS
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’
Zo lezen wij vandaag bij Jezus Sirach.
Het is en blijft waar: God is barmhartig. Dat is de kern van de Bijbel, een boodschap die zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament weerklinkt. Ook binnen het Jodendom en de Islam wordt deze waarheid hoog in het vaandel gedragen: God is een barmhartige God.
Te allen tijde is Hij bereid de mens, die zich van Hem heeft afgekeerd, weer in zich op te nemen. Dat is liefde. Dat is God.
Wat zouden we zijn zonder Hem…
Maar – en daar gaat het bij Jezus Sirach over – het feit dat God barmhartig is, mag voor ons geen voorwendsel zijn om het kwaad te relativeren. Want God vergeeft toch, zou je kunnen zeggen…
Inderdaad, Hij vergeeft, maar…
Het Woord uit de Schrift, dat we – als het goed is – dagelijks tot ons nemen, leert ons God kennen en in Hem handelen. Het toont ons hoe we als christenen in God moeten leven, zowel inhoudelijk als in onze daden. We mogen ervan uitgaan dat we meer ‘weten’ dan we vermoeden. En juist omdat we het ‘weten’, dragen we een immense verantwoordelijkheid.
Bijvoorbeeld: delen met wie minder heeft. We weten dat. Het doen is nog iets anders.
Wie weet, kan niet meer zeggen dat die van niets wist – die wéét het immers. En wie het weet, kan niet zomaar doen wat die wil. En dat is nu juist zonde: weten hoe het zou moeten en het toch niet doen.
Lauwheid is nog iets anders, maar daar gaat het nu niet over. Het gaat over bewust ‘nee’ zeggen, terwijl je weet dat je ‘ja’ zou moeten zeggen en daar ook toe in staat bent.
Een merkwaardig gegeven is dat we hier allemaal mee worstelen. We zeggen soms ‘nee’, terwijl we heel goed weten dat we anders zouden moeten handelen. Dat gevecht is ons allen eigen. Zelfs de grote Paulus kende deze strijd, zoals we lezen in het Bijbelcitaat van vandaag. Het is menselijk. De mens is in dat opzicht iets eigenaardigs.
Laten we alert zijn voor het duiveltje dat in het oor van onze ziel fluistert dat toegeven aan het kwaad niet zo erg is. Datzelfde duiveltje wil ons maar al te graag laten geloven dat God zo groot is dat Hij ons telkens opnieuw wel zal vergeven. Dus doe maar…
Dat God steeds bereid is te vergeven, is waar. Maar dit mag geen excuus zijn om onze ‘nee’-woorden, of onze neiging daartoe, vrij spel te geven.
Laten we kiezen voor een volmondig ‘ja’, in het geloofsbesef dat dit de weg is die God met ons wil gaan. Jezus, die dit ‘ja’ belichaamt, wil deze weg met ons bewandelen. Laten we ons aan Hem toevertrouwen, zodat Hij met ons, in ons en door ons zijn ‘ja’ steeds opnieuw kan laten klinken.
Laten we bidden
Goede God,
geef ons een open hart
en een waakzaam geweten,
dat wij niet wegkijken
van wat wij diep vanbinnen weten.
Sterk ons om het goede te kiezen,
en met moed te handelen naar uw waarheid.
In Christus, onze Heer.
Amen.
Geliefde mensen, laten we ons geweten met vreugde omarmen en doen wat goed is.
Een toegewijde donderdag,
kris
Om mee op weg te gaan
De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.