De vredesboodschap van Johannes Paulus II is vandaag – helaas – nog steeds razend actueel

Twintig jaar na het overlijden van paus Johannes Paulus II op 2 april 2005 blikt Andrea Tornielli terug op de manier waarop de Kerk hem herdenkt en op zijn vaak genegeerde waarschuwingen tegen oorlog.

Twintig jaar zijn verstreken sinds die zaterdagavond, 2 april 2005, waarop miljoenen mensen wereldwijd treurden om het overlijden van paus Johannes Paulus II.

Twee decennia later wordt hij terecht herdacht als een krachtig verdediger van het leven, van de menselijke waardigheid en van de godsdienstvrijheid. Zijn strijd tegen het communisme staat velen nog helder voor de geest. Maar andere, niet minder profetische woorden van hem zijn grotendeels in de vergetelheid geraakt – woorden die juist vandaag, in deze duistere tijd, bijzonder actueel zijn.

In het jaar 2000 verkeerde een groot deel van de wereld nog in de roes van het zogenaamde “einde van de geschiedenis”, na de val van de Berlijnse Muur. In de landen van het voormalige Oostblok namen consumptiecultuur en secularisatie sneller toe dan het geloof herleefde.

Juist toen bracht de Poolse paus het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima naar het Sint-Pietersplein en sprak hij woorden die grotendeels ongehoord bleven: “De mensheid staat op een kruispunt. Ze beschikt nu over middelen van ongekende kracht: ze kan deze wereld tot een tuin herscheppen of haar herleiden tot een puinhoop.”

Slechts een jaar later dompelde 11 september het Westen opnieuw onder in angst.

Reeds in 1991 had paus Johannes Paulus II zich uitgesproken tegen de Eerste Golfoorlog. Dezelfde westerse leiders die hem kort daarvoor nog prezen voor zijn rol in Oost-Europa, keerden hem nu de rug toe.

In 2003, bij het uitbreken van een tweede oorlog tegen Irak op basis van valse informatie, verzette hij zich nog krachtiger. Geplaagd door Parkinson en fysiek verzwakt, voelde hij zich geroepen de jonge regeringsleiders van die tijd te waarschuwen.

Hij herinnerde hen aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog – een oorlog die hij als zoon van een gekweld volk aan den lijve had ondergaan.

Tijdens het Angelus voegde hij spontaan deze oproep toe: “Ik behoor tot de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en overleefd. Ik heb de plicht om te zeggen tot alle jongeren, tot allen die jonger zijn dan ik en deze ervaring niet kennen: ‘Nooit meer oorlog!’ — zoals paus Paulus VI zei bij zijn eerste bezoek aan de Verenigde Naties. We moeten alles doen wat mogelijk is!”

Vandaag, nu de wereld opnieuw brandt en naties hun arsenalen uitbreiden, nu propaganda angst en onrust zaait om ongekende militaire uitgaven te rechtvaardigen, moeten we die profetische woorden van de Bisschop van Rome – afkomstig uit “een ver land” — in herinnering brengen.

Zijn opvolger laat vandaag opnieuw diezelfde roep klinken, opnieuw als een roepende in de woestijn, tegen de waanzin van de oorlog in.

Bron: Vatican-news

Paus Johannes Paulus II