maandag in week 6 door het jaar
De lezingen van vandaag werpen een licht op twee verschillende uitdagingen in ons geloofsleven. Het verhaal van Kaïn en Abel laat zien hoe jaloezie kan groeien tot een kracht die relaties verwoest en de mens afsnijdt van God. In het evangelie ontmoet Jezus de farizeeën, die weigeren in Hem te geloven zonder een zichtbaar teken. Hun ongeloof maakt hun hart gesloten voor de waarheid die voor hen staat.
In ‘Van Woord naar leven’ gaan we dieper in op de gevolgen van jaloezie en hoe deze, wanneer we haar ruimte geven, relaties kan verzieken en ons kan vervreemden van God. Tegelijk ontdekken we hoe Gods genade ons de weg wijst naar genezing, verzoening en een hart dat vervuld is van dankbaarheid in plaats van afgunst.
Uit het boek Genesis 4, 1-15 + 25
Dit verhaal over Kaïn en Abel laat zien hoe jaloezie en boosheid kunnen leiden tot zonde, maar ook hoe God ondanks de misstappen van de mens genade toont. Het roept de vraag op hoe wij omgaan met onze gevoelens en verantwoordelijkheid nemen voor onze daden tegenover God en onze naasten.
De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de Heer,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ Daarna bracht ze zijn broer Abel ter wereld. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.
Na verloop van tijd bracht Kaïn de Heer een offer van de opbrengst van het land. Ook Abel bracht een offer: van de eerstgeboren dieren van zijn kudde offerde hij de beste stukken vlees.
De Heer schonk aandacht aan Abel en zijn offer, maar aan Kaïn en zijn offer niet. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. De Heer zei tegen hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’
Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Toen vroeg de Heer: ‘Waar is Abel, je broer?’
‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’
‘Wat heb je gedaan?’ zei de Heer. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar Mij schreeuwt. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’
Kaïn zei tegen de Heer: ‘Die straf is te zwaar. U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag U niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’
Maar de Heer beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.’
En Hij merkte Kaïn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan.
Opnieuw had de mens, Adam, gemeenschap met zijn vrouw, en zij bracht een zoon ter wereld. Ze noemde hem Set, ‘want,’ zei ze, ‘God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven.’
Tussenzang: Ps 50, 1 + 8 + 16bc + 17+ 20-21
Refr.: Breng God het offer van uw lof.
De God der goden, de Heer,
gaat spreken en roept de aarde bijeen
van waar de zon opkomt
tot waar zij ondergaat.
Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor Mij het offervuur.
Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt?
Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je terzijde.
Je getuigt tegen je eigen broer,
werpt een smet op de zoon van je moeder.
Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij?
Ik klaag je aan,
Ik som je wandaden op.
Vers voor het evangelie (Heb 4, 12)
Alleuia.
Het woord van God is levend en krachtig,
en scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar ziel en geest,
been en merg elkaar raken,
en het is in staat de opvattingen en gedachten
van het hart te ontleden.
Alleluia.
Uit het evangelie volgens Marcus 8, 11-13
Jezus confronteert de farizeeën met hun ongeloof en weigert een teken te geven, omdat waar geloof geen bewijzen eist maar vertrouwen vraagt.
De farizeeën kwamen op Jezus af, en ze begonnen met Hem te discussiëren. Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
En Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en voer naar de overkant.
Van Woord naar leven
HET GIF VAN JALOEZIE VERSUS DE BALSEM VAN GENADE
(Bij Gen 4, 1-15 + 25)
Het verhaal van Kaïn en Abel is een confronterende spiegel voor ons eigen leven. Hoewel wij geen broedermoord plegen, kunnen we onszelf afvragen hoe we omgaan met gevoelens van jaloezie, afgunst en wrok. Jaloezie is een kracht die, wanneer we haar laten groeien, relaties kan verzieken en afstand kan scheppen tussen ons en de mensen om ons heen, én tussen God en ons.
De vraag is: waar komt jaloezie vandaan? Wat raakt ons zo diep dat we een ander zijn of haar geluk niet gunnen?
Vaak wortelen gevoelens van jaloezie in diepere kwetsuren. Misschien dragen we pijn uit het verleden met ons mee: een gevoel van afwijzing, een ervaring van tekortkomen, of de angst om niet goed genoeg te zijn. Wanneer we anderen iets zien ontvangen wat wij zelf verlangen, kan dat een oude wonde openrijten. We voelen ons tekortgedaan en beginnen te vergelijken. Maar is dat eerlijk tegenover onszelf en tegenover de ander?
Kaïn voelde zich miskend toen God het offer van Abel aanvaardde, maar het zijne niet. Dit gevoel van afwijzing trof hem diep en voedde een groeiende onzekerheid over zijn eigen waarde. Zijn woede en verdriet stapelden zich op totdat ze uitmondden in een dramatische daad. Nochtans had God hem vooraf gewaarschuwd: “De zonde ligt op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.” Die waarschuwing spreekt God ook tot ons uit, nog vóór we de verkeerde weg inslaan. Diep vanbinnen weten we dat. En toch sluipt jaloezie soms, als een giftige slang, ons leven binnen.
Hoe gaan we hiermee om?
De eerste stap is erkenning: jaloezie is een menselijk gevoel, maar het hoeft ons niet te beheersen. De woorden van God aan Kaïn gelden ook voor ons: we hebben de keuze hoe we reageren op onze gevoelens. Kiezen we voor boosheid en verbittering, of voor nederigheid en vertrouwen in God? Kunnen en durven we onze kwetsuren onder ogen zien en genezing zoeken in Gods liefde?
Soms zijn onze relaties echter zo verziekt dat er amper nog ruimte is om de ander iets te gunnen. Wantrouwen, oude wonden en opgestapelde ergernissen maken het moeilijk om genadig en liefdevol te blijven. Daarom is het helen van gebroken relaties zo belangrijk. Waar bitterheid en verwijdering de boventoon voeren, ontstaat een voedingsbodem voor jaloezie en wrok. Maar waar vrede en harmonie heersen, is er veel minder ruimte voor rivaliteit. Wanneer we kiezen voor verzoening, zetten we een stap in de richting van een leven waarin we niet meer gebukt gaan onder vergelijking en afgunst.
Een andere, niet onbelangrijke weg is die van de dankbaarheid. Wanneer we ons richten op wat God ons wél geeft, in plaats van op wat we denken te missen, ontstaat er ruimte voor vrede in ons hart. Daarnaast helpt het om anderen oprecht geluk te gunnen. Het geluk van de ander staat los van hoe wij ons op dat moment voelen. Door met liefde naar de ander te kijken, kunnen we jaloezie omvormen tot vreugde over zijn of haar welzijn.
Uiteindelijk is dit alles niet iets wat we uit eigen kracht kunnen volbrengen. Ons hart is kwetsbaar en onze menselijke natuur maakt ons soms zwak. Daarom mogen we al onze worstelingen en onzekerheden neerleggen in de schoot van de Heer. Hij is de enige die ons werkelijk genezen kan, die onze wonden kan helen en ons hart kan vernieuwen. Wie zijn hart aan Hem toevertrouwt, zal niet verstrikt raken in afgunst, maar groeien in liefde en innerlijke rust.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U kent mijn hart en ziet de strijd die daarin woedt. Wanneer jaloezie zich als een gif in mijn ziel nestelt, help mij dan om niet te blijven hangen in bitterheid en vergelijking.
Genees de wonden die mij onzeker maken, de pijn van afwijzing en de angst om tekort te schieten. Vervul mij met uw liefde, zodat ik kan leven in dankbaarheid en anderen hun geluk van harte kan gunnen.
Laat uw genade de balsem zijn die mijn hart geneest, zodat ik niet in afgunst verstrikt raak, maar mag groeien in vrede en vreugde.
In uw naam.
Amen.
Geliefde mensen, mocht jaloezie een plaats hebben in ons leven, laat liefde, dankbaarheid en vrede dan de overhand krijgen.
Zegen over deze nieuwe week.
Van harte, kris
Om mee op weg te gaan
Ongetwijfeld voelt ieder van ons wel eens jaloezie. Daar hoeven we ons niet voor te schamen; het is een menselijk gevoel dat we allemaal kennen. De vraag is: voeden we het, of gaan we er bewust en positief mee om? Hebben we de moed om bij onszelf na te gaan waar die jaloezie vandaan komt? Eerlijke zelfreflectie kan hierin verhelderend zijn – soms confronterend, maar die confrontatie is een gezonde pijn.
Als het kan, praat erover met een goede vriend of kennis. Blijf er niet alleen mee worstelen.
Maar bovenal: leg het in gebed neer bij de Heer. Vraag Hem om ontferming en genezing.
En wees dankbaar om wat je wél krijgt.
Blog ‘Van Woord naar leven’
Reageren of uitwisselen betreffende de lezingen of de overweging, kan via de blog ‘Van Woord naar leven’.
Om de kwaliteit van het gesprek te waarborgen worden de reacties geplaatst na moderatie.
De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.