dinsdag in week 5 door het jaar
De schepping is een wonder van schoonheid en orde, waarin de mens de bekroning vormt, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dit is niet alleen een gave, maar ook een roeping: wij zijn geroepen om te leven in overeenstemming met Gods liefde en gerechtigheid. Toch zien we dat we vaak tekortschieten en onze roeping uit het oog verliezen. Het evangelie van vandaag laat ons een concreet voorbeeld zien van hoe mensen kunnen afdwalen van Gods bedoeling: de farizeeën en Schriftgeleerden klampen zich vast aan uiterlijke tradities, maar vergeten de ware geest van Gods geboden. Jezus wijst ons erop dat ware gehoorzaamheid niet ligt in uiterlijke rituelen, maar in een zuiver hart dat oprecht zoekt naar God. Alleen door ons hart te richten op Hem, kunnen we opnieuw zijn beeld weerspiegelen en leven zoals Hij het bedoeld heeft. Laten we met openheid en nederigheid zoeken naar die hernieuwde verbondenheid, zodat Gods licht in ons zichtbaar wordt.
Uit het boek Genesis 1, 20 – 2, 4a
Vandaag lezen we het vervolg van het scheppingsverhaal, waarin God de mens schept naar zijn eigen beeld, als bekroning op zijn werk. Nadat Hij de aarde heeft gevuld met leven, vertrouwt Hij de mens de heerschappij toe over de schepping, en voltooit Hij zijn werk met de heiliging van de zevende dag als dag van rust.
God zei: ‘Laat het water wemelen van levende wezens, en laten er boven de aarde, langs het hemelgewelf, vogels vliegen.’ En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en alle soorten vogels, alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.
God zei: ‘Laat de aarde alle soorten levende wezens voortbrengen: alle soorten vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, alle soorten vee en alle soorten dieren die op de aardbodem rondkruipen. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God zag alles wat Hij had gemaakt: het was zeer goed. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.
Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op de zevende dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. God zegende de zevende dag en heiligde die, want op die dag rustte Hij van heel zijn scheppingswerk.
Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, zo werden ze geschapen.
Tussenzang: Psalm 8, 4-9
Refr.: Heer, onze God, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde.
Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door U daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet?
U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie,
hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd.
Schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld,
de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.
Vers voor het evangelie (cfr Joh 17, 17)
Alleluia.
Uw woord is waarheid, Heer,
heilig ons in uw waarheid.
Alleluia.
Uit het evangelie volgens Marcus 7, 1-13
We horen hoe Jezus de farizeeën en Schriftgeleerden confronteert met hun vasthouden aan overgeleverde gewoonten, terwijl ze de ware bedoeling van Gods geboden uit het oog verliezen. Hij benadrukt dat ware eerbied voor God niet zit in uiterlijke reinheid, maar in een oprecht en zuiver hart.
Ook de farizeeën en enkele van de Schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in Jezus’ nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonmaken van bekers, kruiken, ketels en bedden), toen vroegen de farizeeën en de Schriftgeleerden Hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
Maar Hij antwoordde: ‘Hoe treffend is de profetie die Jesaja heeft uitgesproken over huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij; tevergeefs vereren ze Mij, want wat ze onderwijzen zijn voorschriften van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’
En Hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities te kunnen onderhouden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban,”’ (wat ‘offergave’ betekent) ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’
Van Woord naar leven
VERLOREN EVENBEELD, GEVONDEN ROEPING
(Bij Gen 1, 20 – 2, 4a)
De mens is de bekroning van de schepping. In het scheppingsverhaal lezen we hoe God, na het vormen van hemel en aarde, van water en land, van planten en dieren, uiteindelijk de mens schiep als de kroon op zijn werk. “Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken.” Dit is een diep spirituele en religieuze waarheid: wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dat betekent dat wij geroepen zijn om te leven in overeenstemming met zijn wezen, zijn liefde en zijn gerechtigheid.
Omdat wij naar Gods beeld geschapen zijn, dragen wij allen het potentieel in ons om te leven zoals Hij. We zijn bedoeld als schepselen van liefde, waarheid en rechtvaardigheid, geroepen om te heersen over de aarde in dienstbaarheid en zorg, niet in uitbuiting of overheersing. Ons hart verlangt naar het goede, naar gemeenschap, naar vrede, naar het overstijgen van het aardse en het omarmen van het goddelijke. Toch zien we in de realiteit dat we vaak tekortschieten in deze roeping. De wereld wordt gekenmerkt door verdeeldheid, egoïsme, onrecht en onverschilligheid. Hoe komt het dat wij zo vaak falen in onze opdracht om het beeld van God te weerspiegelen?
De breuk met God en onze menselijke zwakte maken dat wij vanaf het begin worstelen met de neiging om onszelf in het centrum te plaatsen in plaats van God. De zonde vervormt ons beeld van God en maakt dat wij kiezen voor eigenbelang in plaats van liefde en dienstbaarheid. Zonder een diepe relatie met onze Schepper raken we vervreemd van wie we werkelijk zijn. We verliezen onze spirituele richting en laten ons leiden door wereldse verlangens en kortzichtige doelen. We leven in een wereld die ons vaak wegtrekt van God. Materialisme, oppervlakkigheid en ethische vaagheid maken het moeilijk om trouw te blijven aan onze goddelijke roeping.
Gelukkig laat God ons niet aan ons lot over. Hij roept ons telkens weer terug en geeft ons de mogelijkheid om steeds meer te leven naar zijn beeld. Door ons te bekeren en ons hart opnieuw op God te richten, kunnen we zijn beeld in ons herstellen. In Christus heeft God ons een nieuwe weg gegeven om te leven in verzoening en liefde. Door een leven van gebed en het ontvangen van de sacramenten blijven we verbonden met de bron van ons leven: God zelf. Dit geeft ons de kracht en de genade om onszelf te laten vormen naar zijn beeld. De Kerk is het Lichaam van Christus op aarde. Samen als gelovigen ondersteunen we elkaar, getuigen we van Gods liefde en bouwen we een wereld waarin zijn koninkrijk zichtbaar wordt. Door ons leven in te zetten voor anderen, door barmhartigheid en gerechtigheid te beoefenen, maken we Gods aanwezigheid concreet in deze wereld.
Hoewel wij vaak falen in onze roeping, blijft de weg naar God altijd open. Het is van groot belang dat wij de Heilige Geest toelaten in ons leven. Van binnenuit zal Hij niet enkel het verlangen geven ons naar God te wenden, maar Hij zal ook de genade schenken opdat we dit daadwerkelijk doen, en wel in zijn licht en waarheid.
Wij zijn en blijven gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis. Door ons opnieuw te richten op Hem, kunnen we groeien in heiligheid en leven zoals we oorspronkelijk bedoeld zijn: als kinderen van God, beeld en gelijkenis van de Allerhoogste. Mogen wij allen de moed vinden om deze weg steeds weer te bewandelen en zo de bekroning van Gods schepping te zijn, tot eer van zijn naam en van elkaar.
Laten we bidden
Vader, Schepper van hemel en aarde,
U hebt ons geschapen naar uw beeld,
maar vaak vervaagt uw gelijkenis in ons.
Beziel ons hart met uw Heilige Geest,
opdat wij in zijn gloed
de weg van herstel mogen vinden.
Leid ons naar uw licht,
zodat wij opnieuw uw liefde weerspiegelen.
Maak ons tot wie wij in U bedoeld zijn,
tot eer van uw Naam.
Door Christus, onze Heer.
Amen.
Geliefde mensen, laten we, dankbaar om wie we zijn, steeds terugkeren naar onze oerroeping: geschapen zijn naar Gods beeld. Laten we deze roeping in vreugde omarmen en samen trachten er gehoor aan te geven.
Om mee op weg te gaan
Neem een moment van stilte en overweeg in gebed dat ook jij geschapen bent naar Gods beeld en gelijkenis. Wees dankbaar voor dit geschenk en laat het diep doordringen in je hart. Vraag jezelf af hoe het komt dat je soms afdwaalt en vervreemd raakt van deze roeping. Leg dit alles in vertrouwen neer bij God en vraag Hem om genade steeds meer te worden wie je in Hem bedoeld bent.
Blog ‘Van Woord naar leven’
Reageren of uitwisselen betreffende de lezingen of de overweging, kan via de blog ‘Van Woord naar leven’.
Om de kwaliteit van het gesprek te waarborgen worden de reacties geplaatst na moderatie.
De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.