Lezingen van de dag – zaterdag 5 okt 2019

 

zaterdag in week 26 door het jaar


Uit het boek Baruch 4, 5-12 + 27-29

Jeruzalem richt zich tot zijn eigen volk. Het verklaart waarom het volk van God werd weggevoerd en gestraft: om zijn ontrouw. Maar het zet ook aan tot volharding.

Verlies de moed niet, mijn volk, een schim nog maar van Israël. Je bent aan vreemde volken verkocht, maar niet om ten onder te gaan. Je bent aan je vijand uitgeleverd omdat je Gods woede hebt gewekt. Want jullie daagden je schepper uit: niet Hem, maar demonen bood je offers aan. Hem die je koesterde, vergat je: de eeuwige God; ook haar die je grootbracht deed je verdriet: Jeruzalem.
Toen zij zag hoe Gods toorn zich tegen jullie keerde, sprak zij: ‘Luister naar mijn klacht, buurvrouwen van Sion: God gaf mij een groot verdriet te dragen. Ik moest de verbanning aanzien van mijn zonen en dochters, het onheil dat de Eeuwige over hen bracht. Met vreugde bracht ik mijn kinderen groot, maar jammerend van verdriet moest ik hen laten gaan. Laat niemand zich vrolijk maken over mij, een weduwe, door iedereen verlaten, vereenzaamd vanwege de zonden van mijn kinderen. Want zij hebben zich van Gods wet vervreemd: Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan; Hij die jullie in nood bracht, zal jullie niet vergeten.
Zoals jullie je inspanden om van God af te dwalen, zo moeten jullie, tot inkeer gekomen, met tienvoudige inzet Hem weer zoeken. Want Hij die dit kwaad over je bracht zal je ook redden en je eeuwige vreugde schenken.’

 

Psalm 69, 33-37

Refr.: God luistert naar wat een arme Hem vraagt.

De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun hart zal opleven.

Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.

Hemel en aarde moeten Hem loven,
de zeeën, met alles wat daarin leeft.

Want God zal Sion redden
en de steden van Juda herbouwen.
Daar zal worden geleefd en geërfd.

Het volk dat Hem dient, zal het land bezitten,
wie zijn Naam liefheeft, mag er wonen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 17-24

De tweeënzeventig leerlingen komen terug van hun eerste zending. Ze vertellen over hun successen. Jezus brengt hen terug tot de werkelijkheid. Het Evangelie is geen zaak van machts- en krachtvertoon, ook niet van toeëigening. Het Evangelie moet gebracht worden met lege handen; het is voor de eenvoudigen, niet voor wijzen en verstandigen.

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Van Woord naar leven

Jezus bad, juichend in de heilige Geest: 'Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.'Eenvoudig zijn zij die arm zijn; arm van hart, arm van geest, arm voor God. Hun zijn is niet getekend door selfi’s, maar hun hart is geopend naar God toe opdat Hij het kan vullen met Zichzelf. Het zijn zij die nederig zijn, alle hoogmoed hebben laten varen, en alzo God kunnen 'zien'. Het zijn zij die zichzelf beschikbaar stellen voor het leven van Christus in hen. Het zijn zij die zich hebben laten opnemen door Hem, om verenigd met Hem Gods liefde te worden. Het zijn zij die hun verantwoordelijkheid nemen in het leven, zij die zich engageren in de liefde, bewust bouwend aan Gods Rijk.Laat ons eenvoudig worden van hart, om drager en uitdrager te worden van de Vrede van de Heer, werkers in Gods wijngaard, in die stille vreugde die Pasen zo eigen is.krisReageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging, kan via de blog Van Woord naar leven.

Laten wij bidden

Heer, geef ons dat eenvoudige hart, waar plaats en leegte is voor U. Maak ons innerlijk arm, om te kunnen groeien in U. Neem alles uit ons weg wat een belemmering vormt op uw weg in ons. Alle dagen van ons leven, amen.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn van de hand van Kris.